Bron: Groninger Internet Courant, 4 oktober 2021

In het Europapark is vandaag gestart met archeologisch onderzoek naar sporen van menselijk leven in de jager-verzamelaarstijd, het mesolithicum (middensteentijd). Dat is een cultuurperiode die begon na het aflopen van de laatste ijstijd ca. 10.500 v.Chr. Om zo voorzichtig mogelijk om te gaan met de bodem zet het bedrijf RaapBV een grote mechanisch aangedreven boorinstallatie in.

Vandaag is gestart met archeologisch onderzoek in het Europapark. In opdracht van de gemeente Groningen doet Raap bv onderzoek naar sporen uit de steentijd. Het onderzoek vindt plaats op parkeerplaats P2 tegenover de Euroborg en duurt een week, zo laat de gemeente Groningen vanmorgen weten.

Sinds ‘Malta’ wordt er bij ruimtelijke ontwikkelingen ook rekening gehouden met eventuele archeologische resten. Maar dat blijkt niet altijd even eenvoudig. Soms ligt archeologie diep verborgen onder het maaiveld maar herbergt toch aanwijzingen voor het leven in jager-verzamelaarstijd. Namelijk op het oude oppervlak van de Hondsrug, het diep begraven dekzand waar de mesolithische en neolitische mens graag kampeerde. Een dergelijk vindplaats is eerder gevonden onder het gemeentelijke gebouw aan het Harm Buiterplein. Vraag was alleen, hoe komen we daar letterlijk bij?

Als dergelijke archeologische resten bedreigd worden diepe nieuwbouw, volgt meestal een proefsleuven-onderzoek voor nader onderzoek, maar de bodem op de Parkeerplaats 2 bij de Euroborg is daarvoor niet geschikt. Het trekken van proefsleuven op de klassieke manier zou het leven van de archeologen bedreigen doordat de wanden zouden inzakken, en ontgraven met flauw aflopende taluds bleek niet te verenigen met de parkeerfunctie van het terrein.

De oplossing van dit probleem is vanaf vandaag te zien en te beleven. Met behulp van Avegaar-boringen (een, grote mechanisch aangedreven boorinstallatie) wordt de grond hier 140 keer ‘lek geprikt’. De bovenste halve meter van het dekzand, waarin vuurstenen artefacten zouden kunnen worden gevonden, wordt bemonsterd en samen met een vondstkaartje in emmers opgeslagen.

Deze emmers worden vervolgens nat gezeefd met een maaswijdte van 3. Het residu wordt gedroogd, en de vondsten worden daar uitgepikt. “Zo kunnen we hopelijk toch een glimp opvangen van de activiteiten van de steentijdmens”, aldus de gemeente Groningen



Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *